Na Maschadov

Renť Does

Nu Sjamil Basajev nog. Dit was ongetwijfeld de reactie van de meeste Russen geweest na het bericht op 8 maart dat de Russische veiligheidsdiensten de Tsjetsjeense opstandelingenleider Aslan Maschadov in het dorp Tolstoj-Joert hadden gedood. Maschadov is 53 jaar geworden.

President Poetin vond de dood van Maschadov ook goed nieuws: hij deed zijn belofte aan de Russen gestand om Tsjetsjeense 'terroristen' desnoods 'tot op de plee' te achtervolgen. De Tsjetsjeense Defensieraad benoemde de jonge geestelijke Abdoel-Chalim Sadoelajev (37) tot Maschadovs opvolger.

Onder de Tsjetsjeense opstandelingen zijn tegenwoordig twee groepen strijders: separatisten en jihadisten. Vaak lopen ze ook in elkaar over, zoals in het geval van Basajev, de krijgsheer achter de gijzeling van de school in Beslan. Maschadov was een zuivere Tsjetsjeense nationalist.

Hij had in de jaren zeventig en tachtig in het sovjetleger carriŤre gemaakt en kon als legerofficier in principe op respectvolle en vruchtbare manier met de Russische autoriteiten onderhandelen. In augustus 1996 sloot Maschadov met generaal Aleksandr Lebed het Verdrag van Chasavjoert. Daarna werd hij door de Tsjetsjenen tot hun president gekozen.

Terwijl in westerse commentaren vooral wordt gesteld dat de Russische autoriteiten met de dood van Maschadov de laatste Tsjetsjeense opstandelingenleider met wie een politieke oplossing van het Russisch-Tsjetsjeense nog mogelijk was hebben verwijderd, was Maschadov in de opinie van de Russische regering een terrorist met Russisch bloed aan zijn handen en daarom niet acceptabel als onderhandelingspartner. Voor beide visies zijn goede argumenten.

Een redelijk overtuigende onderbouwing van de Russische stelling is dat Maschadov altijd beweerd heeft dat alle Tsjetsjeense krijgsheren aan hem verantwoording aflegden, waarmee hij gedeelde verantwoordelijkheid voor gruwelijke terreurdaden op zich nam, en dat Maschadov na het Verdrag van Chasavjoert als politicus is mislukt omdat hij het op dat geschikte moment niet voor elkaar kreeg dat de Tsjetsjeense verzetsbeweging politieke wegen ging bewandelen in plaats van weg te glijden naar banditisme en moslimfundamentalisme.

Algemeen verwacht men verdere islamisering en radicalisering van het Tsjetsjeense verzet onder Basajev, of onder een nog radicalere leider als ook Basajev wordt gedood. Dat kan, maar er zijn ook andere scenario's mogelijk. De opstand kan ook doodbloeden door het wegvallen van de man die een eindresultaat van de strijd had kunnen afspreken. Op korte termijn lijkt echter verder afglijden in de richting van 'apocalyptisch terrorisme' onder moslimfundamentalistische vlag onvermijdelijk.

Intussen is het leven in TsjetsjeniŽ nog steeds een hel. De burgers worden onderdrukt door het Russische leger en zijn Tsjetsjeense handlangers onder leiding van Ramzan Kadyrov. De economie verkeert in rampzalige toestand. Werk en goede huisvesting zijn er weinig. TsjetsjeniŽ is door de oorlog 'ecologisch rampgebied' geworden met alle gezondheidsgevolgen van dien, zoals uitzonderlijk veel gevallen van kanker onder de Tsjetsjenen.

Kaukasus-deskundige Georgi Derloegjan van de Universiteit van Chicago omschrijft de ontwikkeling van postcommunistische TsjetsjeniŽ als 'catastrofale demodernisering'. Ook Maschadov heeft dit niet kunnen tegengaan.

Omhoog
Terug naar archief